
In de serie schoolportretten gaan we langs bij de aangesloten initiatieven van het Lerend Netwerk 10-14 Onderwijs. Wat kenmerkt de school? Hoe ziet de bestuurlijke samenwerking eruit? Hoe wordt het onderwijs vormgegeven? En wat zijn de ambities?
Gestart: 2019/2020
Aantal leerlingen: Circa 60 (schooljaar ‘25/’26)
Plaats: Sneek
Leeftijden: 10 tot 14 jaar
Bestuurlijke samenwerking: CVO Zuid-West Fryslân en Onderwijsgroep Wiis
Je kan dit schoolportret ook als PDF lezen, klik dan op de afbeelding hieronder:
Het eerste jaar begon Perspectief 10-14 met 21 leerlingen. Het leerlingaantal heeft zich inmiddels ontwikkeld tot 50 à 60 leerlingen per jaar. In schooljaar 2025/2026 heeft de school de leerlingen verdeeld over drie groepen: groep 7, groep 8 en klas 1/2. Schoolleider Inge: “De school blijft hierdoor kleinschalig en overzichtelijk aanvoelen. We houden vast aan jaargroepen, omdat we merken dat dat voor de sociaalemotionele ontwikkeling het beste past. ”
Perspectief 10-14 heeft als doel dat leerlingen zich gezien voelen. Leerlingen ontdekken, ervaren, beleven, ontwikkelen en onderzoeken vanuit kindgericht onderwijs. Inge: “Vanuit de behoefte van leerlingen ontwerpen we het onderwijs. Dat doen we aan de hand van elf bouwstenen die gaan over vaardigheden. Daar werken we al mee sinds de start van de school. ” De bouwstenen gaan over het gedrag (gedragsvaardigheden), het leren (leervaardigheden) en kennis van de leerlingen. Daarbij geldt dat er altijd wordt uitgelegd waarom iets gebeurt. Docent Benjamin: “We doen dingen niet omdat het moet, maar omdat het werkt. Natuurlijk zijn er verplichtingen, zo is gym verplicht, maar we leggen de leerlingen uit dat het belangrijk is om te bewegen.”

De bouwstenen van Perspectief 10-14
De bouwstenen komen overal in terug. Zoals in de uitdagingen waaraan leerlingen elke twee tot vier weken werken. Elke uitdaging bevat een aantal opdrachten. Hier werken leerlingen alleen, in tweetallen of in groepen aan. Inge: “Tijdens het werken aan een uitdaging zetten de leerlingen hun bouwstenen in. Bij elke uitdaging staan andere bouwstenen centraal. De leerlingen krijgen bij de start van een uitdaging een kaart. Daar staat op wat het doel van de uitdaging is, welke stappen ze kunnen zetten om dit doel te bereiken, welke bouwstenen ze kunnen inzetten en ontwikkelen en wat het eindproduct kan zijn. Het eindproduct is namelijk altijd bespreekbaar.”

Een eindproduct
De uitdagingen komen aan bod in zes domeinen, waarmee vakoverstijgend onderwijs wordt vormgegeven.
De 7 domeinen:
Leerlingen zijn altijd bezig met meerdere uitdagingen tegelijkertijd. De domeinen en uitdagingen sluiten aan op de kerndoelen van SLO. Een uitdaging wordt afgerond met bijvoorbeeld een presentatie, kunstwerk of spel. Benjamin: “Laatst ging een uitdaging over klimaatsystemen. Een leerling had een tropisch regenwoud in een box nagebouwd, terwijl een andere leerling iets had gemaakt met pijlen die aangeven waar water naartoe gaat. ” Leerlingen kunnen kiezen in de manier waarop ze presenteren. Docent Stephanie: “Iemand die creatief is maakt wat anders dan iemand die minder creatief is. De doelen staan vast, in de vorm zit speling. Kinderen kunnen zo hun talenten laten zien. ”

Leerlingen bekijken een uitdagingenkaart
Het schooljaar is ingedeeld in vijf modules. Elke module wordt afgesloten met een presentatiemoment aan de ouders. Stephanie: “Dat doen we dus vijf keer per jaar. Leerlingen presenteren in groepjes aan ouders wat ze hebben gemaakt en geleerd. De ouders mogen dit beoordelen. We nodigen de ouders uit om kritische vragen te stellen. De ouders checken de uitdagingenkaarten om te kijken of leerlingen hun doelen hebben behaald. Dat is elke keer een mooi evaluatiemoment. ”
Een belangrijk onderdeel van Perspectief 10-14 is coaching. Dat gaat doorlopend en gebeurt veel in groepsverband. Inge: “Elke docent is tevens coach. We starten de dag in de kring met een check-in. Hoe ziet de dag eruit? Hoe zit je erbij? Wat heb je nodig om te kunnen leren vandaag? Leerlingen kunnen dat delen met elkaar in de kring. ” Het eind van de dag ronden de leerlingen af met een check-out. Stephanie: “Aan welke bouwstenen heb je gewerkt? Wat neem je mee voor morgen? Door dat samen te doen in de klas nodig je ze uit om met elkaar in gesprek te gaan. Leerlingen leren: iemand doet iets heel anders, en daar hoef je niet per se iets van te vinden of zeggen. ”

Leerlingen aan het werk op Perspectief 10-14
In groep 7 wordt er met betrekking tot coaching specifiek gericht op het aanleren van de nieuwe werkwijze voor de leerlingen. Daarnaast is de coaching in alle leerjaren gericht op het proces en de doelen van leerlingen. Elke leerling heeft daartoe een aantal keer per jaar een individueel coachgesprek. Inge: “Elke leerling heeft een eigen groeidocument dat wij Leerling in Beeld noemen. In dit groeidocument staan alle onderdelen van een Ontwikkelingsperspectief Plan (OPP) en hiermee houden we zicht op de ontwikkeling van de leerlingen. Het plan wordt regelmatig met de leerling besproken en tijdens de ouder- en kindgesprekken ook met de ouders. Er worden cyclisch doelen gesteld, daaraan gewerkt en vervolgens geëvalueerd en weer nieuwe doelen gesteld. ”
Groepsvorming is belangrijk op de school. Inge: “Sommige scholen hebben gouden weken, bij ons is dat het hele jaar door. We hebben continu aandacht voor groepsdynamiek en daar staan we als team voor. Als er iets niet lekker loopt, dan bespreken we dat meteen en maken een plan. We krijgen terug van ouders dat ze dat merken. We organiseren groepsvormende activiteiten in de klas, maar ook met de school zoals het kamp dat we elk jaar organiseren. ”

Coaches en leerlingen bekijken samen een opdracht
Na de check-in werken de leerlingen in de ochtend meestal aan basisvaardigheden. De school gebruikt hiervoor het programma Numo, een online leermiddel voor het reken- en taalaanbod. Inge: “Daarin staan de doelen, en vanuit die doelen werken leerlingen op hun eigen niveau. Leerlingen gaan zelf aan de slag en de docent is beschikbaar voor uitleg. Natuurlijk geven de docenten wel groepsinstructies over nieuwe doelen of als ze zien dat een deel van de groep moeite heeft met een onderwerp. De basis is echter dat de docenten rondlopen om direct, met een ‘groei mindset’ , individuele feedback en instructies te geven. Voor groep 7 en 8 gebruiken we daarnaast ook Rekenreis. ” Tijdens de andere werkmomenten staan de eerder genoemde uitdagingen in domeinen centraal.
Om aan de overgang naar de derde klas te wennen, hebben klas 1 en 2 vaak meerdere domeindocenten op een dag. Tijdens die momenten is er geen groepsdocent aanwezig en krijgen de leerlingen les van verschillende domeindocenten uit het voortgezet onderwijs. De meeste leerlingen stromen uit naar csg Bogerman. De doorstroom gaat in het algemeen goed. Inge: “Leerlingen die uitstromen, volgen we een tijd. Wat blijkt is dat zij vrijwel zonder hiaten doorstromen en soms zelfs een voorsprong hebben in vaardigheden zoals presenteren en samenwerken.”

Leerlingen aan het werk
De school heeft een intake met leerlingen die geïnteresseerd zijn in Perspectief 10-14. Daarin ziet de school verschillende profielen: kinderen die op zoek zijn naar meer autonomie; kinderen die meer uitdaging of een andere vorm van onderwijs zoeken; kinderen die meer creativiteit willen; en kinderen die een veilige omgeving zoeken waarin je gehoord en gezien wordt.
Bij Perspectief 10-14 zijn leerlingen voor bijna alle onderwijsrichtingen welkom. Inge: “In principe kunnen alle leerlingen hierheen vanaf vmbo basis tot en met vwo. Voor leerlingen waarvan we zeker weten dat ze uitstromen richting basiskader, bieden we extra praktijkuren aan. Leerlingen die naar het gymnasium gaan, kunnen Grieks en Latijn volgen. We kijken altijd naar of een leerling hier past en of wij dat kunnen bieden wat een leerling nodig heeft.”
Op Perspectief 10-14 wordt er zo min mogelijk met toetsen gewerkt. Beoordelen gebeurt aan de hand van de uitdagingen en het portfolio wat leerlingen opbouwen. Inge: “We willen de druk eraf en dat werkt. Leerlingen reflecteren op hun uitdagingen en schalen zichzelf in in Rubrics.” Het voordeel daarvan is dat het gesprek wordt gevoerd over de reflecties.
Benjamin: “Leerlingen schalen zichzelf in volgens brons, zilver, goud of platina. Dan kan ik aangeven waarom ik denk dat het bijvoorbeeld zilver in plaats van goud is. Het is mooi om dat gesprek te voeren. Leerlingen worden zo bewust van de stappen die ze kunnen zetten. ” In klas 2 worden soms wel toetsen gegeven. Inge: “Het is belangrijk voor de leerlingen om alvast te wennen aan toetsen en cijfers. Daar krijgen ze in het vervolgonderwijs namelijk mee te maken.”
Om de voortgang bij te houden, neemt Perspectief 10-14 Diatoetsen af. En uiteraard de doorstroomtoets in groep 8, dat is verplicht. Stephanie: “Maar daaraan zitten geen consequenties. Mijn ervaring van andere scholen is dat de doorstroomtoets erg stressvol kan zijn, dat is op onze school niet zo.”

Een groep bij Perspectief 10-14
Het docententeam bestaat uit een vast kernteam van vijf groepsdocenten. Een groepsdocent is het vaste gezicht van een groep. Inge: “Met het kernteam hebben we tweewekelijks overleg. Tussendoor spreken we elkaar continu en lopen we bij elkaar naar binnen. We zijn een collegiaal team en lossen veel onderling op. ” Benjamin beaamt dit: “Elke docent kent elk kind. Ik sta wel eens voor een andere groep om iemand te vervangen, dan ken ik iedereen. Werkgerelateerd weten we alles van elkaar. Dat moet ook omdat we amper methodes gebruiken en zelf lessen maken. Dat betekent dat we de leerlijnen scherp voor ogen hebben. Er is geen methode die zegt wat we moeten doen, dat doen we zelf. ” Ook Stephanie herkent zich hierin: “Als leerkracht hebben we hier vrijheid in het maken van je onderwijs. En we hebben tijd en ruimte om het kind te zien, dat is het belangrijkste. Daardoor zie je dat een kind sprongen kan maken. ”

Voor het lesgeven in een aantal domeinen worden leerkrachten van het csg Bogerman ingevlogen. Inge: “We hebben drie keer per jaar overleg met alle domeindocenten erbij. Dan kijken we specifiek naar de ontwikkeling van de leerlingen in klas 1 en 2 en wat de verwachte uitstroom is.” Perspectief 10-14 maakt gebruik van de experimentregeling teambevoegdheid. Inge: “Die regeling hebben we nodig omdat we een vo-docent hebben die lesgeeft in groep 8 en een po-docent die lesgeeft in klas 1 en 2. Het zou goed zijn als de experimentregeling een vaste regeling wordt.”
De school is een initiatief van de besturen van CVO Zuid-West Fryslân (vo) en Onderwijsgroep Wiis (voorheen Stichting Palludara; po). Beide besturen zijn nauw betrokken. Inge: “Zeer regelmatig komen de besturen langs.”
De school huist in het gebouw van csg Bogerman, waar ze een eigen ingang en vleugel hebben. De leerlingen van Perspectief 10-14 worden gezien als leerroute binnen csg Bogerman. In die hoedanigheid worden ze overal bij betrokken. Inge: “Leerlingen doen mee aan het LOB-traject, het Frysk festival, sportdagen, enzovoorts. Ook vakinhoudelijk hebben we nauw contact. Onze groepsdocenten geven bijvoorbeeld Nederlands, we hebben daarover vakinhoudelijk overleg met docenten van csg Bogerman. We weten steeds beter een brug te slaan tussen po en vo.”
Uiteindelijk zou het mooi zijn als 10-14-scholen een eigen BRIN-nummer kunnen aanvragen, aldus Inge. “Daarvoor is het belangrijk dat er op landelijk niveau meer ruimte komt voor onderwijsvernieuwing. Binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt hier al onderzoek naar gedaan. Wij zien op onze school dat de kinderen van deze tijd wat anders nodig hebben dan in het verleden en dat het werkt als je daar op aansluit.”
Het team is trots op het docententeam en de leerlingen. Inge: “We bouwen met elkaar de school. Soms zeggen leerlingen: ‘onze school is net een dorpje’. Dat is ook wat wij voor ogen hebben, het leven leren in een minisamenleving. Het mag fout gaan, en dan zoeken we samen een oplossing.” Stephanie geeft een voorbeeld: “Laatst moesten leerlingen een boekendoos maken, met voorwerpen die in het verhaal van een boek voorkwamen. Een leerling kon daar niks mee, die mocht vervolgens een poster maken over het boek. Het gaat om het leerdoel, niet om de vorm. En het gaat erom dat leerlingen kunnen zeggen: ‘dat lukt mij niet’. Dan zoeken we naar een oplossing.”
Bren, groep 7:
“Deze school biedt een fijne manier van werken. Je mag alles op je eigen niveau doen. Op m’n vorige school moest ik het niveau doen wat iedereen moest doen. Hier kan ik mijn eigen pad volgen.”
“In het begin moesten we als klas wennen aan elkaar. We hebben veel groepsoefeningen gedaan. Zo moest iemand in het midden van de klas staan en proberen diegene aan het lachen te krijgen. Dat was leuk.”
“Ik vind de uitdagingen binnen het domein creation leuk. Dan mogen we soms iets op Minecraft uitwerken. Om de twee dagen hebben we een momentje voor onszelf, dat is ook fijn. Dan ga ik tekenen of we doen een spelletje, Monopoly bijvoorbeeld.”
Melissa, klas 2:
“Ik vind het een fijne school. Je leert hier goed doorgroeien op je eigen niveau. Voor een eindopdracht deed ik onderzoek naar de vraag ‘Hoe beïnvloeden emoties je beslissingen?’. Daarvoor moest ik iemand interviewen. Later wil ik graag juf op een basisschool worden.”
“De sfeer is meestal goed. Soms is het druk, maar meestal rustig. En als je het te druk vindt, dan mag je op de gang gaan zitten. Dat is fijn. Dat moet je wel even vragen, maar meestal mag dat.”
“Ik vind het domein science leuk. Daarin doen we proefjes. Laatst hadden we een apparaat dat zuurstof ergens uithaalt, bijvoorbeeld uit een spons: wat gebeurt er dan? Dat mochten we testen. Dat is cool.”

“Wat ik fijn vind aan deze school is dat ze veel dingen schoolbreed doen, maar dat ze toch nog een eigen leeftijdsgroep hebben. En de mensen die hier werken, denken in oplossingen. Wanneer een kind een fysieke intake te spannend vindt, mag er bijvoorbeeld een filmpje worden opgenomen. Daarin is de school flexibel en meedenkend. Het is bovendien een veilige omgeving. Alle lerar
en kennen alle leerlingen.”
“Er zijn geen cijfers dus je hebt niks tastbaars, dat is als ouder in het begin wennen. Maar uiteindelijk zie je die persoonlijke g
roei die je kind doormaakt, dat is fantastisch. Mijn dochter heeft hier zelfvertrouwen en zelfstandigheid ontwikkeld. En ze kan hier haar creativiteit kwijt.”
Dit schoolportret kwam tot stand met medewerking van schoolleider Inge op den Dries, docent en kwaliteitscoördinator Stephanie Waterlander, docent Benjamin Veldhuizen, een ouder en twee leerlingen.
We zijn een netwerk van scholen die 10-14 onderwijs aanbieden. We vinden het belangrijk dat leerlingen de overstap naar het vervolgonderwijs kunnen maken op een voor hen passend moment. Dit vergroot namelijk de ontwikkelingskansen van leerlingen. Lees meer...